Leugens van leerlingen - Booischot 2021

Lars – Eigen leger

 

Lars kijkt afgunstig naar Jasmin van zijn klas. Zij is die ochtend afgezet door de chauffeur van haar mama en dat vindt iedereen best cool. Blijkbaar is haar mama de grote baas van een of ander groot bedrijf en moet ze daarom niet meer zelf sturen. Omdat het regende die ochtend mocht Jasmin meerijden. En nu hangt iedereen aan haar lippen.

Dat kan Lars niet laten gebeuren, normaal hangt iedereen aan zijn lippen. Dus laat hij zijn telefoon rinkelen in het midden van de les, ook al mag dat helemaal niet. Juf kijkt boos door de klas, op zoek naar waar het geluid vandaan komt. Lars pakt ostentatief zijn telefoon en brengt hem naar zijn oor.

‘Lars!’ roept juf.

‘Sorry, juf’, zegt Lars. ‘Maar het is onze beveiliging die belt. Dan moet ik opnemen.’

Hij zegt een paar keer ‘ja’ tegen zijn telefoon, ook al is er niemand aan de andere kant van de lijn. Daarna stopt hij de telefoon weer weg.

‘Jouw beveiliging?’ vraagt juf.

Lars haalt zijn schouders op.

‘Ik kan er ook niets aan doen dat we nu worden beveiligd door het leger.’

Nu draaien alle hoofden zijn kant uit.

‘Het leger?’

Lars doet alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

‘Natuurlijk, het leger. Papa is weer met iets geheims bezig. Dus houden ze een oogje in het zeil.’

Het duurt een tijdje voor de juf weer kan lesgeven. Iedereen wil weten hoe dat nu juist zit met dat leger. Ook op de speelplaats gaan de leerlingen er nog even over door.

‘Vreemd dat jouw zus er nooit iets over heeft gezegd’, merkt een klasgenoot op.

Lars schrikt en speurt de speelplaats af. Juist, zijn zus. Nika weet helemaal niets af van zijn verzonnen leger. Hij bespeurt haar in een hoek van de speelplaats, waar ze met een rekker om haar benen met haar vriendinnen speelt. Lars haast zich ernaartoe.

‘Nika, als ze je iets vragen over een leger bij ons thuis, zeg dan gewoon dat het waar is, oké?’

Nika kijkt hem vreemd aan.

‘Waarom zou ik dat doen?’

‘Gewoon, omdat ik het je vraag.’

Nika’s ogen beginnen te blinken. Ze kan het haast ruiken als Lars zich problemen op de hals heeft gehaald.

‘Voor tien euro’, grijnst ze.

‘Wat?’ reageert Lars. ‘Ik denk er nog niet aan! Geldwolf!’

Nika haalt haar schouders op.

‘Dan niet. Maar dan weet ik ook niet waar dat leger vandaan komt.’

Lars balt zijn vuisten, maar reikt dan toch naar zijn portefeuille. Hij haalt er twee briefjes van vijf euro uit en stopt ze met een boze blik in de handen zijn zus. Nu kost zijn leugentje nog geld ook! Gelukkig kan hij de rest van de dag nog genieten van de bewonderende blikken van zijn klasgenoten, die de chauffeur van Jasmin alweer vergeten zijn en alleen nog maar aan het leger van Lars denken.

Na het avondeten gaat plots de bel. Vanop zijn kamer hoort Lars zijn mama de voordeur opendoen. Niet veel later klopt ze op zijn deur.

‘Lars, jouw klasgenoten staan voor de deur. Ze zijn benieuwd naar jouw leger of zoiets?’

Lars springt uit zijn stoel. Wat? Zijn ze naar zijn huis gekomen? Hij grijnst naar mama.

‘Mijn speelgoedleger natuurlijk. Waarom zouden ze dat willen zien? Ik kom er zo aan!’

Hij laat zijn verbaasde mama achter en sluipt naar de kamer van zijn ouders. Hij kijkt of er nog ergens groene broeken van zijn papa liggen. Hij neemt ook nog enkele donkere truien mee en een bivakmuts. Hij gooit alle kleren in het bureau van zijn ouders en gaat dan snel naar de voordeur. Hij knikt naar zijn klasgenoten, kijkt dan geheimzinnig in de verte en steekt zijn duim op.

‘Prima, ze hebben jullie doorgelaten’, zegt Lars geheimzinnig.

‘Wie?’ vraagt Jasmin.

‘Het leger’, zegt Lars. ‘Ze hebben mijn klasfoto bestudeerd, zodat ze weten wie er verder mag en wie niet.’

Hij ziet een aantal jongens opgewonden knikken. Ze kijken in het rond, in de hoop een glimp van de denkbeeldige soldaten op te vangen. Lars laat hen binnen en leidt hen naar de gang, tot net voor het bureau van zijn ouders.

‘Wat komen jullie eigenlijk doen?’ vraagt Lars.

Hij ziet zijn klasgenoten naar elkaar kijken. Ze durven het hem niet zomaar te vertellen.

‘Eigenlijk komen we kijken of dat leger er echt is’, zegt Jasmin uiteindelijk.

Lars glimlacht breed.

‘Tja, dat ga je nooit weten, want ze willen niet gezien worden.’

Hij leunt een beetje achteruit en duwt tegen de deur van het bureau. Een van de jongens kijkt naar binnen.

‘Hè, daar liggen hun kleren!’

De kinderen verdringen zich rond het bureau en staren naar de zogezegde soldatenkleren. Lars doet alsof het een geheime kamer is.

‘Ho! Niet binnengaan. Daar mogen jullie niet komen.’

Langzaam stappen zijn klasgenoten achteruit, ervan overtuigd dat ze iets hebben gezien dat niet gezien mocht worden. Lars leidt hen weer naar de voordeur. Ze moeten weg voor ze nog meer vragen beginnen te stellen. Maar hij kan het niet laten om het einde van het bezoek toch nog een beetje spannender te maken.

‘O ja. Let een beetje op als je de oprit afloopt. Het paadje is oké, maar als je op de planten trapt, dan kan er wel eens iets ontploffen.’