Hoe komen sommige kinderen bij de club? Dat kan op veel verschillende manieren. Hieronder vind je de verhalen van Gloria, Ides en Alice.

 

JOON

Joon ruikt aan het boek dat bibliothecaris Wally in zijn handen heeft gelegd. Het is net binnengekomen, nog door niemand gelezen. Zo heeft hij zijn boeken het liefst.

De bibliotheek is zijn tweede thuis. Andere kinderen gaan voetballen of turnen, Joon gaat lezen. Op die manier kan hij alles doen wat andere kinderen ook doen, maar dan in zijn hoofd. Heeft hij zin om te voetballen? Dan neemt hij een voetbalboek. Wil hij de held uithangen, dan kiest hij voor een ridderverhaal en als hij wil paardrijden, dan heeft hij de paardenverhalen maar voor het uitkiezen.

Hij kijkt naar het boek dat hij heeft gekregen. Het gaat over spionnen, perfect, dat wilde Joon altijd wel eens zijn. Niet echt natuurlijk, daar heeft hij te veel schrik voor.

Hij zoekt zijn favoriete plek in een van de achterste hoeken van de bibliotheek. Tussen twee boekenrekken is een raam waar 's avonds de zon door schijnt en het altijd lekker warm is, ook al vriest het buiten. Uit zijn tas tovert hij zijn leeskussen, ideaal om op koude vloeren toch een aangenaam leesplekje te creëren.

Het boek is vanaf de eerste pagina razend spannend. Een jongen komt in een school voor geheim agenten terecht en krijgt de vreemdste lessen. Joon gaat er helemaal in op, zeker wanneer het hoofdpersonage in een vreemde ontvoeringszaak terechtkomt.

En dan gaat het licht uit.

In de bibliotheek, niet in het boek.

Zo kan ik niet verder lezen, denkt Joon. Maar al snel beseft hij dat dat niet zijn grootste probleem wordt. Aan de voordeur van de bibliotheek hoort hij een sleutel in het slot draaien.

Wally heeft hem opgesloten!

 

Joon rent naar de ingang. Maar hij is te laat. De deur is toe en bibliothecaris Wally is nergens meer te bespeuren. Wat nu?

Zijn papa zal boos zijn. Of ongerust. Joon is altijd zo stipt, maar vandaag zal hij niet op tijd zijn. Wally wist toch dat hij er zat?

Joon stapt door de bibliotheek, kijkt tussen alle rekken. Misschien is er nog iemand anders? Iemand die hem buiten kan laten? Maar hij hoort enkel zijn eigen voetstappen.

'Wally?'

Zijn gefluister klinkt akelig in de lege, donkere bibliotheek. Aan het rek met de informatieve boeken blijft hij staan.

Dit is vreemd. Heel vreemd.

Twee boekenrekken zijn uit elkaar geschoven. Dat was toch niet zo? Joon schudt zijn hoofd, nee, dat was echt niet zo. Heeft Wally ze uit elkaar gezet? Er is een gat tevoorschijn gekomen dat hij nog nooit heeft gezien. Maar dat was waarschijnlijk de bedoeling.

Voorzichtig stapt hij naar voren. Hij strekt zijn nek en kijkt door het gat. Het is te donker, hij ziet niets.

'Hallo?'

Hij hoort enkel de echo van zijn stem in de lege gang. Joon kijkt om zich heen. Wat moet hij doen? Misschien is dit een nooduitgang en geraakt hij zo naar buiten. Maar wie verstopt er nu een nooduitgang achter boekenrekken?

Hij twijfelt. De gang in stappen of niet?

 

Joon voelt hoe zijn hart op en neer gaat. Hij moet iets doen, hij kan niet zomaar in de bibliotheek blijven. Dan zit hij er misschien tot morgenvroeg. Hij knijpt zijn ogen even dicht en zet een stap naar voren.

In de gang ziet hij een zacht paars licht dat naar een deur in de verte leidt. Dat is zijn uitweg. Het is gewoon een gang naar de achterkant van de bibliotheek. Of liegt hij zichzelf iets voor?

Aan de deur houdt hij zijn adem in. Hij heeft al veel verhalen gelezen over mysterieuze deuren. Meestal zit er een monster achter, of een boef, zelden een schat. Kan hij dan niet beter omkeren? Zijn hand ligt op de klink. Zijn nieuwsgierigheid wint het voor een keer van zijn angst. Hij duwt de deur open.

Wat. Is. Dit?

Het eerste wat hij ziet zijn boeken. Honderden boeken, duizenden boeken. De ruimte heeft wanden die alleen maar bestaan uit boeken, van onder tot boven. Dat er in het midden ook zetels, een pooltafel, een kickertafel, een gamehoek en een toog staan, merkt hij nauwelijks op. Zijn ogen glijden over de ruggen van de boeken, zijn kostbare goud.

Is dit gewoon een uitbreiding van de bibliotheek? Hier ligt nog een schat aan materiaal dat hij nog niet heeft gelezen. Waarom is hij hier niet eerder geweest?

Hij loopt naar de kast die het dichtste bij hem staat en laat zijn vinger over de ruggen glijden. Zijn angst van daarnet is weg, zomaar verdwenen. Tussen boeken is hij op zijn gemak. Hij neemt een boek over een vriendenclub en nestelt zich in een van de zetels.

Even vergeet hij dat hij naar huis moet. Zijn papa en diens mogelijke boosheid zijn plots ver weg. Zijn ogen zoeken zich gretig een weg door het boek. Hij leest snel, het gaat over een feestje, de vrienden in het boek maken plezier. Hij hoort het bonken van de muziek in zijn hoofd.

Wacht eens.

Dat is niet in zijn hoofd.

Hij hoort de muziek echt.

 

Een akelig gevoel gaat door zijn lichaam. Hij is hier niet alleen. De muziek klinkt steeds luider.

Joon legt zijn boek weg en stapt door de ruimte. Waar komt het vandaan? Hij legt zijn oor tegen een van de deuren aan de kant. Hij voelt de bassen trillen.

Zou hij kijken?

Beter van niet, hij draait zich om en rept zich naar de deur die naar de gang leidt. Hij moet maar een andere uitweg uit de bibliotheek zoeken. Zijn papa verwacht hem thuis voor het eten. Maar in het midden van de kamer stopt hij.

Het is toch maar muziek? Iemand die muziek maakt heeft toch geen kwaad in de zin? Joon huppelt heen en weer.

En dan gaat hij toch op het geluid af. Hij opent voorzichtig de deur en kijkt door een kier.

Felle lampen flitsen heen en weer. Er zweeft rook door de kamer. En in de hoek staat een discobar, met daarachter een dj die flink staat te schudden. Af en toe steekt hij zijn handen in de lucht.

'Komaan, party people!' roept hij.

Naar niemand in het bijzonder, maar het lijkt alsof hij op het grootste festival ter wereld staat. Het is net zoals het feestje in zijn boek, alleen ontbreekt het vriendenclubje. Is zijn boek tot leven gekomen? Hij sluit de deur weer en loopt naar de zetel. Hij schrikt, er ligt een nieuw boek in. Wanneer hij omhoog kijkt, ziet hij dat het uit de boekenkast is gevallen. Toevallig?

Hij bekijkt de achterkant. Het gaat over een monsterlijke machine. Die draait helemaal dol en niemand weet nog wat hij er mee moet doen. Joon heeft zin om het boek te lezen, zo gaat dat met hem en boeken. Dan vergeet hij alles.

Maar nu heeft hij geen tijd om rustig in een hoekje te kruipen met een spannend boek. Een luide stem buldert door de kamer.

'Rotmachine. Ik snap er niets meer van!'

Joon duikt achter de zetel.

 

Een lange magere vrouw rent door de ruimte. In haar armen heeft ze een laptop waar rook uit komt. Een machine die dol gedraaid is, denkt Joon. Dit kan toch niet waar zijn? Is zijn fantasie op hol geslagen? Boeken kunnen toch niet leven?

De vrouw opent de laptop en begint er driftig op te tokkelen. Maar niets lijkt te werken. Ze vloekt luid.

'Doe nu gewoon wat ik zeg.'

Ze ramt harder op het toetsenbord in de hoop dat dat zou werken. Maar Joon heeft genoeg programmeercursussen gevolgd om te weten dat dat niet helpt. Bij computers is rustig blijven altijd de boodschap. En voldoende heropstarten.

De vrouw kijkt op en Joon kijkt mee. De deur van de ruimte is opnieuw opengegaan en er komt nog iemand binnen. Joon wrijft even zijn ogen uit.

Wally.

Wat heeft dit te betekenen?

'Slungel, waar ben je mee bezig?' vraagt Wally.

'Ik ben de laptop aan het maken.'

De laptop sist en spuwt een nieuwe rookwolk uit.

'Dat zie ik.'

De magere vrouw gaat achter de toog staan. Verdorie, zo kan Joon niets meer zien. Voorzichtig verlaat hij zijn schuilplaats en sluipt dichter naar de toog. Maar wanneer hij langs een hoge tafel vol boeken glipt, stoot hij tegen een stapel. De toren wankelt en het bovenste boek valt naar beneden. Joon bukt zich snel achter de toog. Het wordt stil in de ruimte.

'Wat was dat?' vraagt Wally.

 

Joon houdt zijn adem in. Ze mogen hem niet ontdekken. Hij kent Wally als de lieve bibliothecaris, maar wie is hij echt? Waarom heeft die lieve bibliothecaris een geheime gang in zijn bibliotheek en een geheime ruimte waarin vreemde vrouwen met kapotte computers rondlopen?

Een luide sirene leidt de aandacht af.

'Madame Lily', zegt Wally.

Madame Lily? Wie is dat nu weer? Joon kijkt naar een groot scherm dat tegen een van de boekenkasten naar beneden komt. Een beamer schijnt erop en het silhouet van een vrouw wordt zichtbaar.

'Wally!' zegt ze. 'Hoe gaat het?'

'Goed, madame Lily', zegt Wally na een aarzeling. 'Alles loopt volgens plan.'

Joon hoort aan zijn stem dat dat helemaal niet zo is. Een laptop waaruit stoom komt, is niet het plan. Tenzij je er croque monsieurs op wilt bakken.

'Welke kinderen zijn jullie aan het helpen?'

'We gaan net beginnen aan een vraag van Floris en Tallel. Zij willen graag een surfwedstrijd winnen.'

Joon spitst zijn oren. Wat heeft dat te betekenen? Gaan ze kinderen helpen?

'Goed zo', zegt Madame Lilly. 'Kan ik jou nog ergens bij helpen?'

'Nee, hoor', zegt Wally. 'Alles onder controle.'

De schaduw op het scherm steekt haar duim op. Joon beseft plots dat hij in het zicht staat van die Madame Lily. Waarom zegt ze er niets van?

'Prima, dan laat ik je verder doen. Beter een leugen in de hand dan tien aan het licht!'

Het scherm wordt zwart en gaat weer naar boven. Joon begrijpt er niet veel van, maar wel dat hij hier zo snel mogelijk weg moet.

 

Wally schreeuwt het uit. Slungel balt haar vuist. Joon draait zich weer om en kijkt naar de twee die juichen achter de toog. Hij twijfelt. Hij wil hier weg, want hij moet naar huis. Papa zal ondertussen doodongerust zijn.

Maar hij is ook nieuwsgierig geworden.

Wat is Wally van plan bij die surfwedstrijd?

Hij zet zich op zijn tippen en kijkt mee. Ze staan met hun rug naar hem toe, gebiologeerd naar het scherm te kijken. Daarop ziet Joon de golven van een zee opspatten. Tussen de druppels door ziet hij surfplanken en blote benen. Waar zwemt die camera?

'Daar is Tallel', wijst Wally. 'Ai ai, ze bakt er niets van.'

De camera zoomt in op een meisje dat nauwelijks op haar plank blijft staan. Ze valt voortdurend in het water en gaat telkens kopje onder.

'Hebben we luchtbeelden?' vraagt Wally.

De magere vrouw knikt en zet een ander beeld op de laptop. Vanuit de hoogte zien ze de verschillende surfers. De vrouw maakt het beeld wat groter. Een kleine dolfijn wordt zichtbaar. Maar hij ziet er niet echt uit. Is dat een robotdolfijn?

'Oké, Slungel, zwem naar Tallel', beveelt Wally.

Slungel knikt en begint commando's in te voeren. De camera zwenkt en gaat naar het meisje. Dat schrikt niet wanneer ze de dolfijn ziet, maar kijkt dankbaar en strekt haar hand uit. Ze neemt een touw dat aan haar surfplank hangt en bevestigt het aan de dolfijn.

'Volle kracht vooruit!'

Joon ziet hoe Tallel de plank wordt opgetrokken en nu wel goed vooruit gaat. Wat gebeurt er hier? Zijn ze de wedstrijd aan het vervalsen?

 

Wally is een bedrieger! Door vals te spelen wil hij die kinderen doen winnen. Dat mag toch niet? Tallel maakt nu straffe bewegingen op haar plank. Het lijkt of ze echt kan surfen, maar eigenlijk wordt ze voortgetrokken door een robotdolfijn.

En dan springt die dolfijn hoog in de lucht. Tallel vliegt mee naar boven en klampt zich vast aan haar bord.

'Wat was dat?' vraagt Wally.

Slungel krabt op haar hoofd.

'Geen idee. Maar het is niet de bedoeling.'

Een sissend geluid vult de ruimte. De laptop begint weer te roken. Op het scherm begint de dolfijn heen en weer te bewegen, als een speelgoedje dat helemaal dolgedraaid is. Tallel vliegt alle kanten uit.

'Zet hem uit', zegt Wally. 'Het wordt gevaarlijk.'

Slungel knikt en begint driftig te typen. Maar het scherm blokkeert, ze slaagt er niet in de juiste codes in te geven. Tallel schreeuwt het onhoorbaar uit. De angst op haar gezicht is levensecht.

Joon kijkt naar het scherm. De zeldzame keren dat hij niet in de bibliotheek zit, volgt hij een cursus programmeren. Hij weet ongeveer hoe een computer in elkaar zit en hoe je een robot of een programma acties kan laten uitvoeren. En hij ziet dat Slungel het niet juist doet.

'Stop de dolfijn. Nu!' zegt Wally.

Maar de dolfijn luistert niet meer naar Slungel. Moet Joon ingrijpen? Dat willen ze vast niet, ze weten niet eens dat hij hen aan het bespieden is. En bovendien moet hij nu echt naar huis.

Wanneer hij de blik van Tallel op het scherm ziet, twijfelt hij niet meer. Hij moet het meisje helpen. Hij kruipt achter de toog en duwt Slungel weg van de computer.

 

'Joon?'

Wally kijkt verbaasd op. Maar hij houdt hem niet tegen. Slungel protesteert wel.

'Wat doe je met mijn computer?'

'Ik probeer het op te lossen', zegt Joon.

Slungel wil Joons hand pakken en opzij leggen, maar Wally grijpt in.

'Laat hem maar. Ik vertrouw hem.'

Joon concentreert zich op de code voor hem. Het is een eenvoudig programma, met duidelijke acties die de dolfijn moet doen. Alleen staan de codes door elkaar, de dolfijn krijgt de verkeerde instructies.

Joon toetst in dat de dolfijn naar boven moet gaan. Hij kijkt op het scherm en ziet de dolfijn vertragen. Tallel haalt even opgelucht adem. Maar wanneer Joon de dolfijn wil laten draaien, springt hij plots in de lucht. Tallel vliegt naar boven.

'Zie je wel, het loopt mis', zegt Slungel.

Joon reageert niet. Alsof het daarvoor wel vlekkeloos verliep. Hij berekent in zijn hoofd wat hij moet doen om de codes juist te krijgen. Hij verandert de volgorde en test af en toe iets uit. De dolfijn wordt steeds rustiger.

'Waar moet hij naartoe?'

'Gewoon naar het land', zegt Wally. 'We vergeten de wedstrijd even.'

Tallel ligt nu op haar plank te bibberen. Joon mag nu geen fouten meer maken, het meisje is helemaal uitgeput. Hij voelt het zweet op zijn voorhoofd druppelen wanneer hij de laatste codes doorgeeft aan de dolfijn.

Die maakt weer een sprong. Dat was niet de bedoeling. Tallel heeft het bord nog maar met één hand vast. Hij moet zich concentreren. Nu moet het goed gaan.

 

Joons handen vliegen over het toetsenbord, zijn ogen zijn gefixeerd op het scherm. De dolfijn vertraagt. Eindelijk.

Langzaam leidt hij de dolfijn naar het strand. Hij trekt Tallel met zich mee en zet haar veilig af. Oef.

'En nu?'

'Laat de dolfijn terug de zee in zwemmen', zegt Wally. 'Er ligt een bootje klaar.'

Joon stelt geen vragen. Nog niet. Hoezo, er ligt een bootje klaar? Heel deze wedstrijd is dus met voorbedachte rade vervalst? Hij zorgt ervoor dat de dolfijn tot bij het bootje geraakt. Daarin zit een gespierde man met ongeveer hetzelfde kostuum als Slungel. Met een hand grijpt hij de dolfijn en legt hem in zijn boot.

'Patser, neem die flipper maar mee', gebiedt Wally door een microfoon. 'We gaan hem niet meer gebruiken.'

'En Floris dan?' vraagt Patser.

'Ik denk dat die beter niet meer surft. Tallel heeft al laten zien dat ze kan surfen.'

'Of toch ongeveer.'

Wally grinnikt.

'Inderdaad. Maar hun leugen is min of meer gecoverd. We kunnen ons dus terugtrekken.'

Joon volgt de conversatie met opgetrokken wenbrauwen. Waar hebben ze het over? Wally sluit het gesprek met Patser af en draait zich naar Joon.

'Ik denk dat ik wel een en ander uit te leggen heb.'

 

'Floris en Tallel hadden tegen hun vrienden opgeschept dat ze goed kunnen surfen', legt Wally uit.

'En dat kunnen ze niet', zegt Joon. 'Dus ze hebben gelogen.'

'Zeer juist. En dan komen wij in actie.'

Wally wijst naar een groot logo dat boven de toog hangt.

 

Little Liars Club

 

Joon had het in een ooghoek al gezien, maar niet bij de betekenis stilgestaan. Het geeft Joon het gevoel dat hij in een sekte is beland. Een soort geheim genootschap. Hij ziet dat het logo ook op Wally's jas is geborduurd en op die van Slungel. Stond dat er ook al op toen hij Wally in de bibliotheek zag?

'Wij helpen kinderen die gelogen hebben en op het punt staan ontdekt te worden.'

'Liegen is toch niet goed?'

Wally moet lachen.

'Niet altijd, nee. Maar soms moet je wel. En dan kan je wat hulp gebruiken. Liegen is hetzelfde als verhalen vertellen. En daar houden we van. Het verhaal van Tallel en Floris heeft nu een mooi einde. Ze hebben laten zien dat ze durven te surfen.'

Joon houdt ook van verhalen, hij verslindt boek na boek. Maar is liegen dan helemaal hetzelfde?

'Ik weet niet of je dat kan vergelijken.'

'Lieg jij nooit?' vraagt Wally.

Joon denkt na. Moet hij soms liegen? Nee, daar is hij veel te braaf voor. Hij schudt zijn hoofd, maar Wally kijkt hem indringend aan.

'En wat ga je tegen je papa zeggen als je straks te laat thuis komt?'

 

Dat was Joon even vergeten. Hij is hopeloos te laat en hij heeft geen geldige uitleg. Papa zal boos zijn.

'Gewoon', zegt hij. 'Ik ga de waarheid vertellen.'

Maar hij weet dat het niet zo eenvoudig is. Als hij vertelt over Wally's club, dan zal papa hem nooit geloven. Hij zal denken dat Joon weer in een van zijn verhalen zit. Hij gelooft zelf nauwelijks wat hij meemaakt.

'Wij kunnen jou helpen', zegt Wally. 'Je bent nu lid van de Little Liars Club.'

'Hoezo, ik ben lid?'

'Na jouw reddingsactie met de dolfijn verdien je dat wel.'

Joon twijfelt. Het duizelt hem een beetje. Daarnet zat hij nog gewoon in een boek te lezen en nu lijkt hij in een boek beland. Liegen tegen zijn papa? Dat kan hij niet.

'Ik los het zelf wel op.'

Wally legt zijn hand op zijn schouder.

'Ik weet hoe graag je leest. Als je papa boos is, mag je misschien niet meer naar de bibliotheek komen. En nu je lid bent van de club, kan je ook elk moment hier komen lezen.'

Hij wijst in het rond.

'En hier staan nog heel veel verhalen.'

Joon kijkt naar de duizenden boeken in de boekenkasten. Dit is echt een klein paradijs voor hem, hij zou graag terugkomen. Hij balt zijn vuisten. Wat zou het ook?

'Oké, ik doe het.'

 

Wally, Slungel en Joon staan in de straat van Joons huis. Joon ziet de lichten branden en stelt zich voor hoe zijn papa heen en weer aan het lopen is, zich druk makend omdat zijn zoon te laat is.

Slungel heeft een breekijzer bij en rukt aan de elektriciteitskast voor het huis van Joon. Een stroomstoot gaat door haar lichaam en ze vliegt achteruit.

'Alles oké?' vraagt Wally.

'Prima', antwoordt Slungel bibberend.

Ze steekt haar hand tussen de draden en trekt een rode draad los. Alle lichten in het huis van de buren van Joon vallen plots uit.

'Verdorie', mompelt Slungel.

Ze trekt aan enkele nieuwe draden en nadat ook de straatverlichting is uitgevallen, verdwijnt het licht uit het huis van Joon. Zijn papa zit in het donker.

'Perfect.'

Slungel zet een pet op en belt aan bij het huis van Joon. Wally zet een stap naar voren.

'Je hebt de elektriciteit uitgezet, weet je nog?' fluistert hij.

'Juist.'

Slungel balt haar vuist en klopt luid op de deur. Wally trekt Joon achter een auto. Na een tijdje komt de papa van Joon de deur opendoen.

'Excuseer meneer, elektriciteitswerken Wally', zegt Slungel met een tik op haar pet. 'Ik zie dat jullie hier enkele problemen hebben.'

'Alles is weggevallen', mompelt Joons papa aarzelend.

Slungel wijst naar de openstaande elektriciteitskast.

'Ik ziet het. Maar ik ben al bezig aan een oplossing. Wacht u even hier.'

Slungel gaat opnieuw naar de warboel van draden en prutst eraan. Het duurt niet lang voor overal de lichten weer aan gaan. Daarna gaat hij opnieuw naar het huis van Joon.

'Het probleem ligt waarschijnlijk in de aansluiting in uw huis', legt Slungel uit. 'Als u me toestaat zou ik graag enkele dingen nakijken.'

Joons papa aarzelt, vraagt zich af of hij die rare vrouw wel kan vertrouwen. Op dat moment duwt Wally Joon naar voren.

'Het is tijd om naar huis te gaan.'

Voor hij het beseft, staat hij in het licht van de lantaarn en heeft zijn papa hem gezien. Hij kan niet meer terug.

 

Joons papa kruist meteen zijn armen. Hij zet een strenge blik op. Slungel maakt van het moment gebruik om achter zijn rug naar binnen te glippen.

'Waar kom jij vandaan?'

Joon kijkt even achter zich. Wally is verdwenen. Was dit zijn plan? Slungel de aandacht laten afleiden in de hoop dat zijn papa dan niet boos zou zijn? Wel, dat is dan flink mislukt. Natuurlijk is zijn papa boos!

'Ik ben naar de bibliotheek geweest', zegt Joon eerlijk.

De waarheid vertellen is altijd het beste, wat Wally en zijn Little Liars Club ook mogen beweren.

'Die is toch al lang gesloten?'

Daar heeft Joon over nagedacht. Ook nu is hij niet van plan om te liegen. Of toch niet echt. Is iets niet vertellen hetzelfde als liegen?

'Ik zat opgesloten. Wally had per ongeluk de deur gesloten en niet gezien dat ik er nog was.'

Zijn papa fronst zijn wenkbrauwen.

'En dat moet ik geloven?'

Hij trekt Joon naar binnen en leidt hem naar de keuken. Daar staan twee borden op de tafel en potten met eten.

'Ik zit al uren op je te wachten. Het eten zal al wel koud zijn. Ik begrijp niet hoe je zo lang...'

En dan zwijgt hij.

'Hoe kan dat nu?' mompelt hij.

Joon kijkt in het rond. Waarom stopt zijn papa met praten? Hij had een langs speech verwacht, waarin hij de verantwoordelijkheden van Joon zou benadrukken en het feit dat vertrouwen belangrijk is, net zoals respect. En Joon zou dan antwoorden dat hij gewoon een telefoon moet krijgen, dan kan hij de volgende keer even iets laten weten als hij te laat is.

Maar dat gebeurt niet. Papa staart enkel naar de oven. Joon volgt zijn blik. 18:00 staat er op de klok van de oven, het uur dat hij thuis moest zijn. Hoe kan dat?

Papa gaat naar de woonkamer en kijkt op de grote hangklok. Ook daar geven de wijzers zes uur aan.

'Alles is in orde, meneer!' roept Slungel plots vanuit de hal.

Joon moet even lachen.

Alles is inderdaad in orde.

 

Joon en papa eten zwijgend. Slungel heeft van de elektriciteitspanne gebruikt gemaakt om alle klokken in hun huis terug te draaien. Papa snapt er nog altijd niets van. Maar hij heeft Joon toch niet durven te straffen. Om zes uur moest Joon thuis zijn, en om zes uur was hij thuis. Dat is toch een droom van een zoon?

De Little Liars Club...

Joon schudt zijn hoofd. Bij nader inzien vindt hij die club best wel leuk. Wat zouden ze nog allemaal kunnen? Niet dat hij van plan is om nu de hele tijd te gaan liegen. Maar wel om al die boeken te lezen die op hem liggen te wachten.

'Ik ga naar het nieuws kijken', zegt papa. 'Eens kijken of ze iets zeggen over die stroompanne.'

Joon verstijft. Het nieuws op de televisie is al lang gedaan, want het is natuurlijk al veel later. Hij moet zijn papa tegenhouden.

'Het is toch altijd hetzelfde op het nieuws', zegt hij snel. 'In de politiek komen ze niet overeen en bij de banken weten ze niet hoe ze met geld om moeten.'

Papa lacht.

'Dat is goed samengevat.'

Maar toch neemt hij de afstandsbediening en probeert de televisie aan te zetten. De televisie springt echter niet aan. Slungel heeft zijn werk tot in de puntjes gedaan.

'Zullen we een spelletje spelen?' vraagt Joon. 'Toe?'

Papa knikt. 'Het is goed, neem er maar eentje.'

Joon grinnikt stilletjes terwijl hij een bordspel uit de kast neemt. Zijn leugentje is niet uitgekomen én zijn papa wil een spelletje met hem spelen. En dat allemaal dankzij de Little Liars Club.

Nu alleen nog vannacht de klokken weer juist zetten.

 

 

GLORIA

1

'Echt? Naar de bibliotheek?'

Gloria baalt. Dat is niet meteen hoe ze zich haar zaterdag had voorgesteld. Luieren met haar tablet? Check. Nieuwe dansmoves oefenen? Check. Stiekem snoep uit de kast halen? Check. Veel meer stond er niet op haar planning.

Maar die planning stuurt mama nu in de war.

'Mams en ik hebben boeken nodig', zegt mama. 'Ik moet in mijn bed iets te lezen hebben. Anders val ik niet in slaap.'

'Ik val sowieso in slaap als ik boeken lees', bromt Gloria.

'Dat bedoelde ik niet', zegt mama, ook al weet Gloria dat wel. 'Van een boek word je rustig, je lichaam kan zich zo voorbereiden op de slaap. Veel beter dan al die flitsende schermen!'

Die preek heeft Gloria al vaker gehoord. Ze mag niet zo lang op haar telefoon spelen, ze mag niet de hele tijd naar de tablet staren, dat weet ze ondertussen wel.

'Mag ik niet alleen thuisblijven?'

Mama schudt haar hoofd, maar bedenkt zich dan.

'Dat is misschien geen slecht idee.'

Gloria kijkt verbaasd op. Is het haar toch gelukt?

'Dan kan jij alvast stofzuigen.'

Gloria zucht.

'Het is goed. Ik ga wel mee.'

 

2

Oké, misschien vallen boeken nog wel mee, maar zo'n bibliotheekgebouw, dat is toch echt saai? Gloria kijkt naar de doffe rode muren. Waarom geen grote flitsende neonletters op het gebouw zetten? En misschien wat muziek spelen? En meer schermen tussen de boeken zetten. Dan zou ze veel liever komen.

Mams en mama trekken haar door de schuifdeur, elk aan een arm. Gloria kijkt naar de rekken vol papieren bundels. De boeken zijn al net als het gebouw, veel te saai. Waarom blinken ze niet? Waarom maken ze geen geluid? Waarom zit er geen schermpje in?

'Kan ik je iets aanbevelen?' hoort ze plots achter zich.

Een oude man in een ouderwets kostuum staat in het gangpad. 'Wally' leest ze op zijn naamkaartje.

'Nee, hoor', zegt Gloria meteen. 'Ik kom gewoon met mijn mama's mee. Ik ben zo weer weg, ik heb nog dansles.'

Dansles? Ze heeft helemaal geen dansles vandaag. Waarom verzint ze dat?

'Dat is jammer. Gemiste kans,' zegt Wally.

'Wat is jammer?'

Wally haalt zijn schouders op.

'Soms zijn dingen niet wat ze lijken. Soms is iets meer de moeite waard dan je eerst zou denken.'

Gloria weet niet wat ze moet antwoorden. Ze staart naar de grond. Heeft hij gelijk? Ze keurt boeken al af voor ze ze echt heeft gelezen. Maar dan beseft ze wat de man wil doen. Hij wil haar overtuigen om toch iets te lezen. Nou, dat zal niet lukken. Gloria richt zich op.

'Hé, denk maar niet dat je...'

Maar dan stopt ze.

Wally is weg.

 

3

Foert, als die bibliothecaris niet eens met haar wil discussiëren, dan kan hij de boom in. Gloria besluit gewoon te wachten tot haar mama's klaar zijn met kiezen en dan kan ze thuis op haar bed gaan liggen en muziek spelen.

Ze kijkt een tijdje naar de ruggen van de boeken en wandelt dan naar de uitgang. Daar staat ook het bureau van Wally. Die gaat net zitten en tuurt naar zijn scherm. Met een hand zet hij zijn printer uit. Hij knikt vriendelijk wanneer hij Gloria ziet.

'Ga je alvast naar buiten?'

Hij knikt naar de schuifdeuren.

'Jammer dat je niets hebt gevonden dat je bevalt.'

Gloria vindt het toch een beetje vervelend dat ze niet eens de moeite heeft gedaan om een boek uit te zoeken. Ze loopt snel naar de uitgang. En dan valt haar blik op een grote affiche aan de deur.

Hing die er daarnet ook al?

Ze gaat wat dichterbij staan. Het is een oproep voor een danswedstrijd. Dat klinkt al beter, dat doet ze wel graag! Ze kijkt van de affiche naar Wally. Die werkt rustig verder op zijn computer. Gloria schudt haar hoofd.

Ze zou gezworen hebben dat die affiche er daarstraks nog niet hing!

 

4

'Toch iets gevonden?' vraagt Wally.

Gloria knikt. 'Ik dans heel graag.'

Wally neemt een briefje van zijn bureau en houdt het omhoog. In zijn andere hand heeft hij een pen.

'Als je dit invult, kan je meedoen.'

Gloria neemt het formulier en de pen aan en zet zich op de grond. Ze had nooit gedacht dat een bibliotheek ook een danswedstrijd zou organiseren. Misschien had Wally toch gelijk. Deze trip wordt plots meer de moeite waard dan ze had gedacht.

'Wat ben je aan het doen?' klinkt de stem van mams plots boven haar hoofd.

Gloria toont het formulier.

'Ik schrijf me in voor de danswedstrijd.'

Mams bestudeert het briefje.

'Je hebt al genoeg te doen. Vergeet niet dat je ook nog voor school moet werken.'

'Maar ik wil heel graag meedoen!'

'Er komen nog wel andere kansen.'

Gloria kijkt boos naar haar mams. Gaat ze speciaal mee naar de bibliotheek en dan mag ze nog niet deelnemen aan het enige leuke dat heel deze saaie boel te bieden heeft. Ze kijkt opzij naar Wally. Kan hij haar niet steunen met zijn 'soms zijn dingen niet wat ze lijken'? Maar het enige wat hij doet is glimlachen. Hij vindt de discussie tussen Gloria en haar mams best interessant.

'Aaaargh', vloekt ze luid.

Ze frommelt het formulier tot een prop en gooit het weg.

 

5

Gloria ligt op haar bed wanneer ze haar telefoon hoort zoemen. In de hoofden van haar mama's is ze huiswerk aan het maken, maar in werkelijkheid is ze clipjes aan het bestuderen om zo nieuwe dansmoves te leren. Ze neemt haar telefoon. Het is een bericht van een onbekend nummer.

 

Wil je echt graag meedoen aan de danswedstrijd? Groetjes, de organisatoren.

 

Wie is dit? En hoe weet die dat ze graag wil meedoen? Ze wil op de knop 'wissen' drukken, maar dan bedenkt ze zich. Ze stuurt terug.

 

Ja.

 

Is dit wel slim? Niet echt. Maar ze is veel te benieuwd naar wat die organisatoren te vertellen hebben.

 

Super! Als je echt wilt meedoen, zorgen wij voor een gepast excuus.

 

Gloria moet lachen. Een excuus om haar mama's ervan te overtuigen dat ze mag deelnemen? Veel succes, dat lukt nooit. Maar ze voelt dat de drang om te dansen door haar lichaam zindert. Ze wil echt graag. En wat heeft ze te verliezen? Ze zet haar vingers op het scherm.

 

Oké.

 

6

Gloria krijgt geen bericht meer terug. Is iemand een grapje met haar aan het uithalen? Teleurgesteld gaat ze aan haar bureau zitten. Ze kan net zo goed aan haar huiswerk beginnen. Dan is ze daar meteen van af.

Beneden hoort ze de telefoon rinkelen. Het is hun vaste lijn. Daar belt bijna niemand meer op. Gloria zet haar deur op een kier en hoort hoe mama de telefoon opneemt. Mama mompelt iets, maar Gloria kan net niet verstaan wat ze zegt. Het klinkt als 'echt?' en 'wat leuk!' en 'geen idee, dat zal ik moeten vragen'.

Gloria kijkt even naar haar huiswerk. Ze was er toch al bijna aan begonnen, dat is ook al iets. Ze loopt de trap af en komt de woonkamer in. Mama en mams zijn zacht aan het praten. Waarom doen ze dat?

Ze schrikken als Gloria binnenkomt. Ze zwijgen meteen. Wat is hier aan de hand? Gloria kijkt van mama naar mams. Die kijken ernstig.

'Gloria, ga je eens even zitten?'

Gloria blijft staan. Ze vertrouwt het zaakje niet.

'Waarom?'

Mama slikt en kijkt naar mams. Die knikt.

'We moeten je iets vertellen.'

 

7

'We hebben net telefoon gekregen', zegt mama.

Er was dus toch iets met dat telefoontje, denkt Gloria. Waarom zijn ze daar zo van geschrokken? Ze heeft het gevoel dat er iets ergs is gebeurd. Ze moet toch niet van school veranderen? Ze zou het vreselijk vinden om haar vriendinnen achter te laten.

'We hebben een aanbod gekregen', zegt mams.

Zie je wel, denkt Gloria. Mama moet van werk veranderen en daarom moeten ze verhuizen. Ze komt vast terecht in een school vol kinderen zonder modegevoel. Niemand zal nog opkijken als ze een mooi nieuw jasje in de juiste herfstkleur draagt.

'En we denken dat het ook goed voor jou is.'

Gloria gaat nu toch zitten. Ze kan al net zo goed vuilniszakken gaan dragen. Waarom geld uitgeven als niemand er om geeft?

'Wat is er Gloria?'

'Vertel het nu maar gewoon. Ik begrijp het dat jullie willen verhuizen en op het platteland gaan wonen waar iedereen in lompen en klompen rondloopt. Maar ik ga er niet mee akkoord. Ik zal me verzetten tot de laatste snik.'

Mama en mams kijken elkaar aan. En dan barsten ze in lachen uit.

'Maar wij gaan helemaal niet verhuizen!'

Gloria kijkt op. Oké, misschien was ze iets te overhaast conclusies aan het trekken.

'Wat is er dan wel?'

 

8

Mama legt haar hand op Gloria's arm. Dat doet ze alleen als ze slecht nieuws heeft. Het is misschien geen verhuis, maar toch iets ergs. Ze willen toch geen hond in huis nemen? Al die rondslingerende haren zullen haar kleren verpesten. En ze mag niet denken aan de kwijl die overal aan hangt.

'Je bent geselecteerd voor een leuke wedstrijd', zegt mama.

Wat? Is dat alles? Een wedstrijd. Waarom doen ze dan zo raar? Is het Russische roulette met echte kogels?

'De danswedstrijd?'

Ze had haar formulier al grotendeels ingevuld. Maar waarom zouden haar ouders nu wel toegeven?

'Nee, een leeswedstrijd.'

Gloria weet niet goed of ze moet huilen of lachen. Een leeswedstrijd? Ze zou nog liever een roze trui op een rode broek aandoen. Nee, wacht, dat nu ook weer niet.

'Wij zouden het heel fijn vinden als daaraan meedoet', vult mams aan. 'Dan leer je appreciëren wat boeken betekenen.'

Nog in geen honderd jaar, wil Gloria antwoorden. Maar ze zegt niets.

Wacht even.

Dat telefoontje.

Net nadat ze dat bericht over de danswedstrijd heeft gekregen. Als je echt wilt meedoen, zorgen wij voor een gepast excuus.

Zou die leeswedstrijd het excuus zijn? Kan ze dat risico nemen? Ze haalt diep adem.

'Oké, als dat zoveel voor jullie betekent, doe ik mee.'

 

9

Mama heeft nog vier keer gevraagd of ze zeker is dat ze wil meedoen aan de wedstrijd. Ze kan nog altijd niet geloven dat Gloria zo gemakkelijk toehapte. Haar dochter in een leeswedstrijd! En nu staan ze voor de deur van de bibliotheek.

De twijfel slaat toe bij Gloria. Het zal toch echt wel om de danswedstrijd gaan? Of heeft ze zich laten vangen? Misschien zitten haar eigen ouders wel achter dat mysterieuze berichtje.

'Welkom, Gloria', lacht Wally minzaam aan de ingang.

Ze knikt, maar zegt niets. Ze vertrouwt het nog steeds niet.

'Kom, we gaan naar binnen', zegt mama.

Wally steekt zijn hand uit.

'Sorry, mevrouw, dat zal niet gaan.'

'Waarom niet? Gloria is ingeschreven, ze hebben ons vorige week nog gebeld.'

Wally knikt, maar wijkt niet.

'Gloria is inderdaad ingeschreven, maar u bent dat niet. Ouders mogen niet mee naar binnen.'

Bij Gloria laait de hoop op. Waarom mag haar mama niet binnen? Omdat de leeswedstrijd geen leeswedstrijd is?

Mama haalt haar schouders op en geeft Gloria een kus op haar wang.

'Jammer, maar veel succes!'

Wally wacht geduldig tot mama een stap achteruit zet. Maar die blijft als een nieuwsgierig hondje proberen om over zijn schouder naar binnen te kijken. Hopelijk begint ze niet te kwijlen.

'Mama van Gloria?'

'Ja?'

'Het is tijd om te gaan.'

Met tegenzin draait mama zich om, vol spijt dat ze het moment dat haar dochter aan een leeswedstrijd meedoet, niet kan meebeleven. Wally gebaart naar Gloria dat ze naar binnen mag gaan. Met een kloppend hart stapt ze door de deur.

De bibliotheek zit vol kinderen van haar leeftijd. Maar daar stopt elke vergelijking met een normale danswedstrijd. De moed zakt Gloria in de schoenen.

Alle kinderen zijn een boek aan het lezen.

 

10

Het is echt een leeswedstrijd.

Gloria had nooit ja mogen zeggen. Wat had ze ook gedacht? Dat iemand haar stiekem een excuus zou bezorgen om haar ouders voor te liegen? Waarschijnlijk zijn haar mama's nog altijd aan het lachen om het feit dat ze daar is ingetrapt.

'Maak het jezelf gemakkelijk en begin maar te lezen.'

Wally staat naast haar en houdt een boek omhoog. Gloria wil protesteren en zeggen dat ze erin is geluisd. Dat ze hier helemaal niet wil zijn. Maar de houding van Wally verraadt dat hij daar geen oren naar heeft. Ze pakt het boek aan en laat zich op een kussen ploffen.

Ze bekijkt het boek. Hoe herken ik een leugenaar?, geschreven door ene Lance Leon Cantell. Dat had ze beter gelezen voor haar mama's haar fopten. Dan had ze hier nu niet gezeten.

Ze kijkt in het rond. Iedereen is in hetzelfde boek aan het lezen. Alle kinderen zijn heel aandachtig. Misschien is het boek dan toch de moeite? Gloria bladert erdoor en leest hier en daar wat zinnen. Er staan best toffe dingen in. Een leugenaar raakt vaak zijn gezicht aan. Of kijkt naar links als hij liegt en rechtshandig is. En leugenaars knipperen veel vaker. Ze probeert het beeld van haar mama's op te roepen toen ze het over de leeswedstrijd hadden. Dat komt niet overeen met de tips in het boek. Waren haar mama's dan niet aan het liegen?

Wie heeft haar het bericht dan gestuurd?

Gloria pijnigt haar hersens, maar ze geraakt er niet aan uit. Misschien staan er wel meer antwoorden in het boek. Ze verdiept zich in de wereld van de leugenaars. Maar ze is nog niet klaar wanneer Wally begint te praten.

'Laten we het boek eens bespreken.'

'Wacht!' roept Gloria. 'Ik ben nog niet klaar.'

Ze schrikt van zichzelf. Heeft ze nu net gezegd dat ze liever eerst een boek wil uitlezen?

 

11

'Wie heeft er al eens gelogen?' vraagt Wally.

Verschillende kinderen steken hun hand op. Gloria schrikt ervan. Dat zijn hier toch allemaal boekenwurmen? Die liegen toch niet?

'Ik neem vaak mijn telefoon mee naar mijn kamer als ik moet gaan slapen', zegt een jongen.

'Ik heb zogezegd nooit een koek genomen', lacht een meisje.

En het blijft niet bij die leugens.

'Als je de thermometer tegen de verwarming houdt, lijkt het alsof je koorts hebt.'

'Ik heb al eens tien euro van mama genomen om snoep mee te gaan kopen.'

'Als ik geen spruitjes wil eten, spoel ik ze door in het toilet.'

Gloria kijkt verbaasd om zich heen. In vergelijking met de anderen is zij behoorlijk braaf. Heeft zij al eens gelogen? Zelden eigenlijk en dat is jammer, bedenkt ze nu. Wie weet welke leuke dingen ze al is misgelopen omdat ze niet durfde te liegen?

'En jij, Gloria? Heb jij nog nooit gelogen?'

Ze schudt snel haar hoofd.

'Zeker?'

En de danswedstrijd dan? Daar was ze wel bereid om te liegen.

'Ik heb misschien wel eens een keer...', begint ze. Maar dan stopt ze. Ze kan toch moeilijk zeggen dat ze graag had gelogen om hier niet te moeten zijn?

'Ga maar verder', zegt Wally.

Ze kijkt om zich heen. Iedereen kijkt haar geïnteresseerd aan, benieuwd naar haar verhaal. Dat is wel een fijn gevoel. Zou ze eerlijk durven zijn?

Ze opent haar mond.

 

12

'Onlangs kreeg ik een vreemd bericht over een danswedstrijd', mompelt Gloria. 'Ik mocht niet meedoen van mijn ouders, maar iemand zou voor mij een excuus voorzien.'

'En wat was het excuus dan?' vraagt Wally.

Ze ziet pretlichtjes in zijn ogen. Waarom is hij zo vrolijk?

'Dat weet ik niet. Ik dacht eerst dat het deze leeswedstrijd was.'

Ze staart naar de grond. Ze kan niet geloven dat ze het toch heeft verteld. Maar niemand lijkt er aanstoot aan te nemen.

'Maar dat was het dus niet?' vraagt Wally.

Gloria schudt haar hoofd.

'Blijkbaar niet. Ik zal het nooit weten.'

'En vind je het spijtig dat je nu hier bent?'

Wat is dat voor een gemene vraag! Gloria kijkt door haar wimpers om zich heen. De andere kinderen kijken haar nieuwsgierig aan. Niet boos of afwijzend, maar oprecht benieuwd naar het vervolg.

'Eerst wel.'

Wally knikt.

'Eerst wel, dus...'

'Nu vind ik het wel tof. Ik wist niet dat er in boeken zoveel interessante dingen konden staan.'

'Maar je zou liever dansen?'

'Er is niets dat ik liever doe dan dansen.'

'Zou je ervoor liegen?'

'Meteen.'

Wally grijnst en knipt met zijn vingers.

'Doe maar, jongens.'

Gloria's hart begint te bonken. Doe maar wat?

 

13

De andere deelnemers springen recht en lopen naar een rek achteraan in de bibliotheek. Gloria kijkt hen na.

'Wat gebeurt er?' vraagt ze.

'Soms zijn dingen niet wat ze lijken', glimlacht Wally. 'Vind je lezen toch een beetje leuk?'

Gloria knikt. Ze wil de rest van dat boek ook wel lezen.

'Dan zullen we daar later nog tijd voor maken. Eerst iets anders.'

Wally staat op van zijn stoel en wenkt haar. Hij loopt tussen de kinderen naar het rek met de informatieve boeken. Daar legt hij zijn hand op een boek. Gloria herkent het, Hoe herken ik een leugenaar?, het boek dat ze net hebben gelezen. Wally trekt eraan en meteen schuiven de rekken naast hem naar opzij.

Wat is dat?

De kinderen rond hem vinden het de normaalste zaak van de wereld en springen door het gat. Gloria aarzelt. Dit is raar.

'Kom je mee?' vraagt Wally.

'Wat gaan we doen?'

'Ik had toch beloofd voor een gepast excuus te zorgen?'

Wat? Is het toch Wally die dat berichtje heeft gestuurd? In de verte hoort Gloria muziek weerklinken.

'De danswedstrijd gaat beginnen', knipoogt Wally. 'Ik zou me maar haasten.'

Als al de andere kinderen meedoen, zal het wel oké zijn? Gloria is best nieuwsgierig naar wat er gaat gebeuren. Ze stapt door het gat en komt in een donkere gang terecht. Aan het einde ziet ze licht. Daar komt de muziek vandaan. Ze hoort kinderen joelen.

Ze wandelt naar het einde van de gang en duikt in het deurgat.

 

14

Het is een groot feest. Gloria kijkt haar ogen uit in de ruimte achter de geheime gang. Aan de wanden staan boekenrekken van de vloer tot aan het plafond. In het midden zijn de stoelen en banken opzij geschoven en verlichten kleurrijke spots een geïmproviseerde dansvloer. Schermen langs de kant tonen mooie figuren die bewegen op de maat van de muziek. Achter de discobar staat een dj met zijn armen in de lucht.

'Dj Piejay', knikt Wally, die plots naast haar staat. 'Een betere dj vind je niet.'

Dj Piejay buigt zich naar de micro.

'Ronde 1!' roept hij. 'Dans allemaal op één been!'

Alle kinderen op de dansvloer nemen een been vast en huppen in het rond. Het ziet er vreemd, maar ook ongelooflijk grappig uit. Dit is niet het soort danswedstrijd dat Gloria gewoon is. Maar wat zou het?

Ze springt tussen de anderen en heft een been in de lucht. Het voelt bevrijdend om gewoon haar zin te doen. De andere rondes bestaan uit breakdance, ballet en sillywilly. Sillywilly bestaat eigenlijk niet, maar het komt erop neer dat je dan zo gek mogelijk doet op de dansvloer. Gloria vindt het fantastisch.

Na een tijd, veel te snel naar Gloria's gevoel, klinkt er een luide sirene en zet dj Piejay de muziek wat zachter.

'Alarm!' roept hij. 'Ouders gesignaleerd aan de buitenkant van de bibliotheek.'

Wally kijkt op zijn horloge.

'Juist, de leeswedstrijd is afgelopen.'

De kinderen stoppen met dansen en haasten zich naar de deur.

'Wacht!' roept dj Piejay. 'Eerst nog een winnaar van de dans... eh, leeswedstrijd kiezen.'

Hij kijkt naar Wally.

'Ik denk dat dat duidelijk is', grijnst die. 'De winnaar is...'

Het wordt even heel stil in de ruimte. Iedereen kijkt vol verwachting naar Wally en dj Piejay.

'Gloria!'

 

15

Gloria probeert haar ademhaling onder controle te houden. De opwinding van de danswedstrijd is nog niet uit haar lichaam verdwenen. Toch zit ze samen met de anderen braaf op een kussen in de bibliotheek met een boek in haar hand.

Ze heeft lukraak een boek gekozen en leest nu teksten over bladgroen en bosmos. Wanneer ze haar mams ziet, legt ze het boek snel opzij.

'En hoe was het?' vraagt mams.

Gloria veegt een beetje zweet van haar voorhoofd.

'Heel leuk', antwoordt ze.

Ze ziet de verbazing op het gezicht van mams.

'Echt?'

'Echt! Het was heel spannend. En soms ook wel grappig.'

Mams glimlacht breed. Ze ziet er opgelucht uit.

'Zie je wel dat lezen iets voor jou is!'

'Ja, dat had ik nooit verwacht', grijnst Gloria. 'En weet je wat nog het leukste is?'

'Nee?'

'Ik heb gewonnen!'

Mams slaat haar handen om haar heen en tilt haar de lucht in.

'Dat is geweldig! Jij wilt vast en zeker nog een keertje terugkomen?'

Gloria kijkt opzij naar Wally. Die glimlacht en geeft haar een vette knipoog. Ze knipoogt terug.

'Natuurlijk wil ik hier nog terugkomen. Heel vaak zelfs!'

 

IDES EN ALICE

1

Ides kijkt naar de lege plaats naast zich in de klas. Aster is wéér afwezig, voor de zoveelste keer deze maand. Echt normaal kan je dat niet meer noemen. En de excuses die hij telkens gebruikt zijn ook te gek voor woorden. De ene keer had hij een trouwfeest op een dinsdagvoormiddag, dan bleven er plots leden van een internationale dansgroep bij hem thuis logeren, en nog een andere keer kon hij niet naar school komen omdat de maan op exact honderdduizend kilometer van de aarde stond.

Aster is zijn beste vriend, maar hij heeft het gevoel dat hij iets verzwijgt. Beste vrienden vertellen elkaar toch alles? Zoals toen Ides verliefd was op Emily van zijn klas. Aster was de enige die ervan wist, en hij zweeg erover. Zo hoort het.

Ides schuift een beetje naar opzij en voelt in de bank van Aster. Er zit een polsbandje in. Ides kijkt even naar voren of zijn leerkracht op hem let. Die is druk bezig met uit te leggen waarom 'liegen' en 'liggen' in het Engels met hetzelfde woord worden aangeduid. Ides neemt het polsbandje uit de bank. Het is groen en van rubber en er staan drie letters op: LLC.

Wat heeft dat te betekenen?

 

2

'LLC? Geen idee', zegt Alice, wanneer Ides haar het bandje toont. 'Hé, dat rijmt.'

'Je bent een echte poëet', gromt Ides naar zijn zus.

Hij heeft die middag nog naar Aster gebeld om te vragen waarom hij niet op school was. Maar er kwamen weer alleen maar uitvluchten uit. Dat er een hele mooie tentoonstelling was van lieveheersbeestjes - met allerlei kleuren en heel veel stipjes - en zijn ouders er absoluut met hem naartoe wilden. Ides gelooft er geen snars van.

'Ik wil weten wat Aster echt doet als hij niet op school is', zegt Ides. 'Maar hij wil het niet vertellen.'

Alice haalt haar schouders op.

'Dan zit er maar één ding op', zegt ze. 'We moeten hem achtervolgen.'

'Achtervolgen? Jij hebt te veel films gezien.'

'Kan zijn, maar veel keuze heb je niet. Wat zegt Aster als je vraagt waar hij is geweest?'

'Dat hij zich niet goed voelt en misschien wel de ziekte van de Braziliaanse King Kong heeft.'

Alice fronst haar wenkbrauwen.

'De Braziliaanse King Kong?'

Ides zucht diep. Alice heeft gelijk, Aster speelt met zijn voeten.

'We doen het.'

 

3

Ides en Alice turen over de speelplaats. Geen Aster te bespeuren.

'Hij is er weer niet', zegt Ides

'Dan weten we wat ons te doen staat', glimlacht Alice.

Ze neemt haar fiets en zet zich recht op de trappers. Ides ziet hoe ze geniet van de spanning. Zelf kijkt hij angstig om zich heen. Hebben de leerkrachten hen al gezien? Wat zullen ze zelf zeggen als ze niet op school aanwezig zijn?

'Zullen we op tijd terug zijn?' vraagt hij, wanneer hij zijn zus heeft ingehaald.

'Geen idee', zegt Alice. 'Dat zal van Aster afhangen.'

'Weet je hoe dat heet?' vraagt Ides ongerust. 'Spijbelen!'

'Ik noem het gewoon te laat komen.'

Wanneer ze de straat van Aster in rijden, vertragen ze. Alice gaat achter een geparkeerde auto staan en zet haar fiets opzij. Ides volgt haar voorbeeld met tegenzin.

'We hebben nog vijf minuten', zegt hij.

'Tijd zat. Kijk, de deur gaat al open. Bukken!'

Ides duikt achter de auto. Door het raam kunnen ze het huis van Aster zien. Zijn papa komt naar buiten met een fiets in de hand. Hij zet zijn helm op en vertrekt.

'Vals alarm', zegt Alice.

De tijd tikt weg, Ides kijkt voortdurend naar de klok op zijn telefoon. Het is hopeloos.

'Op dit moment gaat de bel', mompelt hij. 'We kunnen net zo goed meteen onze straf gaan halen.'

Alice kijkt Ides aan en denkt na.

'Oké, wacht hier.'

Ze steekt de straat over en drukt haar gezicht tegen het raam van Asters huis. Wat doet ze nu? Ides wil roepen, maar beseft dat dat te veel zal opvallen. Hij richt zich op en wil ook de straat oversteken. Maar hij houdt zich in.

De deur gaat opnieuw open.

 

4

Aster komt naar buiten. Alice staat stokstijf tegen de voorgevel. Aster mag zich niet omdraaien, want dan ziet hij haar meteen. Aster prult aan zijn step, die niet uitgevouwd geraakt. Alice zet een stap naar achteren, verbergt zich een beetje achter de bloembak van de buren. De step van Aster staat nu klaar en Aster springt erop. Ides bukt zich extra hard achter de auto. Wat moet hij zeggen als zijn vriend hem ziet zitten? Dat hij de auto aan het bestuderen was? Ides kent evenveel van auto's als van boomkevers.

Aster raast er zonder opkijken vandoor. Ides haalt opgelucht adem. Maar veel tijd om na te denken krijgt hij niet. Alice staat al naast hem.

'Kom, we gaan.'

'Als we ons haasten, zijn we misschien niet zoveel te laat', zegt Ides.

Alice kijkt hem vreemd aan.

'Wij gaan niet naar school.'

Ides schrikt.

'Waarheen dan wel?'

'Aster is de andere richting uit gegaan', zegt ze. 'We moeten hem volgen.'

Ze springt op haar fiets.

'Snel, voor we hem helemaal kwijt zijn.'

Ides knijpt even zijn ogen dicht. Beter goed te laat dan een beetje te laat, zeker?

 

5

Ze hebben Aster gauw bijgehaald. Met zijn step kan hij niet zo snel gaan als Ides en Alice op de fiets. Erg lang duurt de tocht niet. Aster stopt aan de bibliotheek.

'Ik wist niet dat Aster zo'n lezer was', mompelt Ides.

'Wie spijbelt er nu op school om dan naar de bibliotheek te gaan?' vraagt Alice zich af.

Alice vindt lezen niet altijd leuk. Ze houdt meer van strips, maar hun papa heeft liever dat ze 'echte' boeken leest. Dan zegt ze altijd dat ze het juiste boek nog niet is tegengekomen.

Ze staren naar de deur van de bibliotheek. Die blijft gesloten.

'Hoe lang kan het duren om een boek te kiezen?' zegt Alice ongeduldig. 'Laten we eens gaan kijken.'

Ides houdt haar tegen.

'Zouden we dat wel doen?'

'Het is een bibliotheek, niet het huis van Frankenstein.'

Ides zucht voor de zoveelste keer. Waarom is zijn zus zoveel dapperder dan hij. Ze is twee jaar jonger!

De schuifdeuren piepen een beetje als ze binnengaan. Ongemerkt de bibliotheek betreden lukt alvast ook niet meer. Ze kijken in het rond. Het is geen grote bibliotheek en ze zien meteen dat er niemand aanwezig is. Alleen vooraan zit een grote oude man aan een bureau. 'Wally' staat er op zijn naamkaartje. Is dat een echte naam? Hij kijkt hen nors aan.

'Kan ik jullie helpen?'

Ides wil zeggen dat hij zich niets van hen hoeft aan te trekken. Hoe minder mensen met hen bezig zijn, hoe beter. Maar Alice is hem voor.

'We kijken  gewoon wat rond. Heeft u toevallig een jongen zien binnenkomen?'

Wally kijkt hen onderzoekend aan en richt zich dan weer op het boek dat voor hem ligt.

'Ik heb niemand gezien.'

 

6

'Hij liegt!' zegt Alice als ze weer buiten staan. 'Hij moet Aster hebben gezien!'

'Waarom zou hij liegen?' vraagt Ides. 'Hij gaat Aster toch niet verbergen?'

Hij staart naar de bibliotheek. Er is maar één ingang, dus Aster moet daar nog ergens binnen zijn.

Wanneer Ides naar boven kijkt, ziet hij een camera hangen. Die filmt de deur en de straat.

'We worden in het oog gehouden', zegt hij zacht en hij knikt naar de deur. 'Laten we ergens anders gaan staan.'

Ze verplaatsen zich naar een bank verderop in de straat, uit het zicht van de camera. Ides wil terug naar school. Misschien kunnen ze nu nog zeggen dat ze een lekke band hadden. Maar Alice wil van geen wijken weten.

'We wachten.'

Een uur later is Ides aan het berekenen hoeveel uren strafstudie hij precies zal krijgen. En hoe boos zijn ouders zullen zijn als ze te weten komen dat ze niet op school waren. Zijn gedachten worden verstoord als Alice in zijn zij port met haar elleboog.

'Daar is hij!'

Wally komt door de schuifdeuren naar buiten, kijkt even om zich heen en wandelt dan de andere kant uit. Ides is ook wel opgelucht. Dit is het einde van hun zoektocht, nu moeten ze wel terug naar school. Maar Alice denkt er anders over.

'Kom mee, hij heeft de deur laten openstaan.'

'Maar we mogen toch niet zomaar naar binnen?'

'Klopt!' zegt Alice en wandelt naar de bibliotheek.

'Dus?'

'Dus moeten we ons haasten!'

 

7

De bibliotheek is nog even leeg als daarnet. Waar kan Aster toch zijn? Ides zet zich op zijn knieën en kijkt onder de rekken, ook al weet hij dat het zinloos is. Waarom doen ze nog moeite? Hij kijkt in de toiletten en trekt aan elke deur die hij ziet. Tevergeefs.

'Hij is er niet, Alice.'

Zijn zus antwoordt niet. Waar zit ze eigenlijk?

Ides kijkt naar het bureau van Wally. Wat een rare man was dat. Hij zit met zijn gezicht naar de schuifdeuren, dus om Aster niet op te merken moet hij al bijna blind zijn. Tussen de stapels boeken op het bureau ziet Ides een draad verdwijnen. Hebben de boeken een stekker?

Voorzichtig duwt hij een stapel opzij. Een klein scherm komt tevoorschijn. Zit de bibliothecaris televisie te kijken? Heeft hij daarom Aster niet gezien?

Ides springt op het bureau. Zijn hart bonst. Hij komt nu echt op het terrein van Wally. Op het scherm zijn enkel de beelden van een straat te zien. Wat een saaie film. Echt iets voor een saaie bibliothecaris.

Wacht eens.

Dat is de straat van de bibliotheek. Het scherm is verbonden met de camera buiten.

En in de straat loopt iemand.

Wally.

'Alice!'

 

8

'Wegwezen, nu!'

Hij heeft al drie keer geroepen, waarom antwoordt ze nu niet?

'Alice!'

Hij kijkt op het scherm. Wally staat even stil om in zijn zakken te tasten. Is hij zijn sleutel vergeten? Ides wacht er niet op en loopt door de bibliotheek.

'Alice, we moeten gaan', sist hij.

'Wacht nog even.'

Alice staat bij het rek van de informatieve boeken. Ze rukt aan de kaften.

'Wat ben je aan het doen?' vraagt Ides.

Hij houdt één oog op de deur. Wally is er nog niet.

'De boeken zijn allemaal vastgelijmd in dit rek', antwoordt Alice. 'Megaraar.'

Ides haalt zijn schouders op.

'Het zijn de informatieve boeken, misschien vindt niemand die leuk.'

'Help eens.'

'We hebben geen...'

Ides geeft het op en begint mee aan de boeken te trekken. Zijn zus komt toch niet mee voor ze heeft gevonden wat ze zocht. Wat dat ook is. Hij leest de titels op de kaften.

'Wat is dat voor een boek?'

Hij legt zijn hand op een boek van een schrijver met de naam Lance Leon Cantell.

'Hoe herken ik een leugenaar', leest hij voor. 'Dat zou ik wel eens willen weten. Aster...'

Hij zwijgt wanneer hij de schuifdeuren hoort piepen. Wally komt de bibliotheek binnen. Ze zitten gevangen. Hij had zijn zus moeten meesleuren naar buiten. Nu zorgt ze ervoor dat ze met twee betrapt zullen worden. Zijn hand trekt samen en hij rukt aan het boek.

En hij vliegt achteruit.

Het rek waar ze voor staan schuift opzij en een gang wordt zichtbaar. De monden van Ides en Alice vallen op exact hetzelfde moment open.

 

9

'Erdoor, nu!'

Alice grijpt Ides beet.

'Ben je gek?'

Achter zich hoort hij hoe Wally de bibliotheek is binnengekomen en zich installeert aan zijn bureau. Het is een kwestie van tijd voor hij de bibliotheek rondkijkt. En hen ontdekt.

'Ja, kom.'

Alice trekt aan de arm van Ides en ze rollen de donkere gang in, net voor het rek weer dicht gaat. Even blijft het stil.

'En nu?'

Aan de zijkanten branden zachte paarse lichten. Ze helpen Ides en Alice om te wennen aan het duister. De lichten leiden naar een deur aan het einde van de gang.

'Eens kijken wat er achter die deur zit', zegt Alice.

Met hun handen tegen de muur schuifelen ze verder.

'Misschien is het een kerker', jammert Ides. 'Misschien kunnen we er nooit meer uit.'

'Hang niet de angsthaas uit', zegt Alice. 'Kerkers hebben geen gezellige paarse lichten.'

'Moderne kerkers misschien wel', bromt Ides.

Door zijn hoofd schieten allerlei beelden. Van monsters tot wilde dieren, van geraamtes tot vleesetende planten. In geen enkel scenario zitten er elfjes of een schattige puppy achter de deur.

Aan de deur blijven ze staan. Alice legt haar hand op de klink.

'Klaar?'

'Nee.'

'Oké, daar gaan we.'

 

10

Het zijn geen vleesetende planten. En ook geen puppy's. Wel een enorme kamer , met langs weerskanten torenhoge boekenkasten. Van boven tot onder is elke plek aan de wand gevuld met een boek.

In het midden staan gemakkelijke zetels en kleine tafels. Daarrond ziet Ides ook een pooltafel en een kickertafel. Tegen een boekenkast hangt een dartsbord, tegen een andere een groot scherm. Is dat een spelconsole onder dat scherm? Ides voelt zich plots wat meer op zijn gemak.

Aan het plafond hangen grote banners met telkens een andere figuur. Ides herkent Pinokkio, maar ook een Amerikaanse president. Welke is dat ook alweer?

'Ides, kijk.'

Alice wijst naar een van de wanden waar een toog is gebouwd. Achter de toog hangen planken met glazen, maar ook een scherm.

'Ik kan wel iets drinken', zegt Ides. 'Wat denk je van een chocomelk?'

'Nee, dat bedoel ik niet', zegt Alice. 'Daarboven.'

Ides ziet waar ze naar wijst. Boven de toog hangen drie grote lichtgevende letters.

 

LLC

 

LLC. Net zoals op het bandje van Aster. Wat is dit allemaal?

En dan valt zijn oog op een zeteltje naast de toog. Het staat met de rug naar hen toe, maar net erboven steekt een blonde haardos uit. Ides herkent hem meteen.

Aster.

 

11

Ides spurt naar de zetel en springt op de leuning. Aster zit doodgemoedereerd een boek te lezen, met naast zich op de tafel een koude chocomelk.

'Aster!'

Zijn vriend kijkt niet op van zijn boek, alsof hij Ides niet hoort. Hebben ze iets met hem gedaan? Misschien is hij verdoofd.

'Aster, ik ben het. Ides!'

Hij roept alsof hij tegen een oude opa bezig is. Natuurlijk is hij Ides, dat weet Aster toch ook wel? Aster knikt bijna onmerkbaar, maar houdt zijn ogen op zijn boek gericht. Ides begint aan zijn arm te trekken.

'We komen je bevrijden.'

Nu reageert Aster toch.

'Bevrijden?'

'Uit die gevangenis, hier. Die Wally heeft jou ontvoerd, maar wij hebben de geheime doorgang gevonden en nu komen we je hier weghalen.'

Ides praat zo snel dat hij de helft van zijn woorden inslikt. Het levert weinig op. Aster steekt zijn hand op en wuift hem weg. Ides kijkt ernstig naar Alice.

'Stockholm.'

'Wat?'

'Het Stockholmsyndroom', legt Ides uit. 'Daarbij gaat iemand die ontvoerd is zich hechten aan zijn ontvoerder. Aster durft geen afscheid te nemen van die Wally.'

'Ben je zeker?' vraagt Alice.

Ides knikt en begint weer aan de arm van Aster te sleuren. Die is verrast en valt uit de zetel.

'Het is goed!' zucht Aster. 'Ik kom mee.'

Hij gaat weer in de zetel zitten.

'Maar mag ik eerst mijn hoofdstuk uitlezen?'

 

12

Ides loopt heen en weer door de zaal. Hij wil hier zo snel mogelijk weg, maar Aster lijkt zich op geen enkel moment te haasten. Hoe lang kan zo'n hoofdstuk duren?

Ides leunt tegen een kleine deur die tussen twee boekenkasten in zit. Hij kijkt hoe Alice de ballen uit het poolspel haalt en haar keu begint te krijten.

'Alice!'

Zijn zus haalt haar schouders op.

'Nu we hier toch zijn, kunnen we ons net zo goed amuseren?'

Ides wil antwoorden, maar merkt dan dat hij begint om te vallen. De deur gaat zachtjes open en hij glijdt onderuit.

'Hahaha, dat vind ik nu grappig!'

Ides krabbelt overeind en ziet een kleine vrouw naast een tafel staan. Daarop staat een ingewikkelde machine, is dat een leugendetector? De vrouw draait er met een schroevendraaier enkele vijzen uit.

'Doet me denken aan die mop van Jantje op het toilet. Ken je die?'

Ides kijkt om zich heen. Heeft ze het tegen hem? Er is niemand anders in de kamer.

'Eh, nee.'

De vrouw begint te lachen.

'Ik ook niet. De deur was op slot!'

Ides perst een flauwe glimlach om zijn lippen. Wat heeft dit te betekenen? Hij krijgt stilaan het gevoel dat hij aan het dromen is. De vrouw stapt naar hem toe en steekt haar hand uit.

'Ik ben liegleraar Moppie, aangenaam. Nieuw bij de club?'

Ides schudt aarzelend haar hand.

'De club?'

Hij draait zich om en loopt weg. Dit wordt echt te vreemd, ze moeten een uitweg zoeken.

'Alice, Aster. We gaan!'

Hij neemt hun handen vast en duldt deze keer geen tegenkanting. Alice verlaat met tegenzin de pooltafel en Aster laat zijn boek vallen. Ze hebben geen tijd meer te verliezen. Maar voor Ides de deur naar de gang kan openen, gaat die vanzelf open.

Wally komt naar binnen.

 

13

Alles is verloren. De norse bibliothecaris voor hen, de gekke vrouw achter hen, ze kunnen geen kant uit. Ides knijpt even zijn ogen dicht. Ze zijn verdoemd om net zoals Aster voor eeuwig hier te blijven, als gevangenen van een vreemde sekte.

'Dit zijn Ides en Alice', zegt Aster tegen Wally. 'Ides is mijn beste vriend.'

Wat doet Aster nu? Waarom verklapt hij hun namen? Ides was van plan om nog een beetje te liegen.

'Welkom', zegt Wally.

Zijn blik oogt wat vriendelijker. Of is dat maar schijn?

'Welkom bij de Little Liars Club.'

'Bij de wat?' vaagt Alice.

Wally wijst naar de grote letters boven de toog.

'LLC. De Little Liars Club. Een club die kleine leugenaars helpt bij hun leugens.'

Ides zet een stap naar voren, dapperder dan hij zich voelt.

'Bij jullie eigen leugens, zeker? Waarom hebben jullie Aster ontvoerd?'

Wally moet luid lachen.

'Aster is hier zelf binnengestapt. Dat hebben jullie toch gezien? Jullie hebben hem zelf gevolgd.'

Ides kijkt betrapt naar Alice. Hoe weet die Wally dat? Plots vermoedt Ides dat heel deze ochtend geen toeval was. Wally die zomaar de deur openliet en hen de bibliotheek liet doorzoeken... Hij deed dat met opzet. Maar waarom?

'Waarom heb je ons hier binnengelaten?'

'Omdat jullie de hulp van de club kunnen gebruiken', zegt Wally.

Ides schudt zijn hoofd.

'Dat is heel vriendelijk, maar wij liegen nooit.'

Hij begint weer aan Alice en Aster te trekken. Het is het moment om weg te gaan. Wally lijkt hem niet veel in de weg te leggen. Hoe sneller ze uit die rare club zijn, hoe beter.

'O nee?' vraagt Wally. 'En hoe gaan jullie dan uitleggen dat jullie al een hele dag niet op school zijn?'

 

14

Ides wordt rood. Heel even was hij hun spijbelactie vergeten. Maar Wally heeft gelijk, ze zijn niet op school en ze hebben geen briefje. Ze zitten in de problemen. Hun ouders gaan boos zijn.

Alice wijst naar Wally.

'En jij zou ons daarbij kunnen helpen?'

Ides kijkt haar boos aan. Ze moet hem niet nog meer opstoken. Ze moeten hier vooral weg.

'Eens kijken', zegt Wally.

Hij gaat achter de toog staan en zet het scherm aan. Op een toetsenbord op de toog tikt hij hun namen in. Hij wijst naar een telefoonnummer.

'Is dat jullie telefoonnummer?'

'Dat van papa', knikt Alice.

Wally tokkelt nog wat op het toetsenbord. Ze horen plots een bieptoon.

'Hebbes: jullie school gaat hem net bellen. Waarschijnlijk om te vragen waarom jullie afwezig zijn.'

Ides wordt zenuwachtig. Het is zover. Ze staan op het punt om betrapt te worden. Papa zal razend zijn. Hoe gaan ze dat ooit uitleggen?

'Maar ik kan het telefoontje onderscheppen.'

Wally draait zich naar Ides en steekt zijn vinger uit.

'Alleen als jullie dat willen.'

Ides kijkt naar Alice. Is hij te vertrouwen? Waarom zou hij hen helpen, hij heeft er niets bij te winnen? Op dat moment horen ze de stem van papa: 'Hallo?' Wally heeft niet gelogen.

'Doe maar', zegt Alice snel.

Wally drukt op een knop en de verbinding wordt verbroken. Ze horen papa nog enkele keren hallo zeggen en dan zet hij zijn telefoon uit. Niet veel later gaat de bieptoon opnieuw. Wally kijkt weer vragend naar Ides en Alice.

'Help ons', zegt Alice.

 

15

Deze keer wacht Wally niet tot papa opneemt. Hij onderschept het telefoontje.

'Met de papa van Ides en Alice.'

Ides rolt met zijn ogen. Wie neemt er nu zo de telefoon op? Maar de directeur aan de andere kant van de lijn trekt het zich niet aan.

'Meneer Duden hier, de schooldirecteur van Ides en Alice.Klopt het dat zij niet op school zijn vandaag?'

Ides had nog stiekem gehoopt dat niemand hun afwezigheid zou opmerken. Verkeerd gedacht.

'Dat is juist', zegt Wally. 'Het spijt me dat ik jullie nog niet heb gebeld. We moesten nog uitzoeken wat er precies aan de hand was.'

'Ai', reageert de directeur. 'Toch niets ernstigs?'

Wally kan een glimlach niet onderdrukken. Ides ziet dat hij hiervan geniet.

'Nee, hoor. Gewoon de ziekte van de Braziliaanse King Kong.'

Het wordt even stil aan de andere kant van de lijn.

'Natuurlijk. De Braziliaanse wat?'

'De Braziliaanse King Kong. Dat is een klein wormpje dat vaak in papaya's zit. Kruipt zo onder je huid en je krijgt er allemaal blauwe bultjes van.'

'Blauwe bultjes?'

'Over een paar dagen zijn die wel weg. Dan kunnen ze weer naar school.'

Terwijl Wally praat neemt hij zijn pen. Hij kribbelt allerlei dingen in een haast onleesbaar handschrift op een doktersbriefje. Hij scheurt er een af en geeft het aan Alice. Daarna doet hij hetzelfde voor Ides. Die is verbaasd dat Wally dat allemaal zomaar durft.

'Blij dat te horen', zegt de directeur. 'U weet dat ze een briefje nodig hebben?'

'Daar zorg ik voor', zegt Wally en hij knipoogt naar Ides. 'U eet zelf toch ook geen papaya?'

'Soms', zegt de directeur aarzelend.

'Dan zou ik maar opletten. Al veel kippenvel gehad vandaag?'

'Eh.'

'Voor u het weet zijn dat blauwe bultjes. Maar ik zal u niet langer storen', zegt Wally. 'Bedankt voor het bellen en tot een volgende keer!'

Hij zet de microfoon uit en lacht naar Ides en Alice.

'Welkom bij de club. Ik heb jullie ineens enkele dagen voorgeschreven. Dan kunnen jullie morgen nog eens terugkomen.'